Doorgaan naar inhoud

EBITDA-multiples op hoogste niveau in jaren

De Nederlandse MKB-overnamemarkt houdt zich opvallend stabiel, terwijl de prijzen die kopers betalen verder oplopen. Dat blijkt uit de Overname Barometer van Brookz, het halfjaarlijkse onderzoek onder 291 fusie- en overname-advieskantoren. Het onderzoek laat zien wat kopers daadwerkelijk betalen, hoe sterk dat verschilt per sector en bedrijfsomvang, en waar deals in de praktijk stranden.

Transactievolume stabiel, maar de deals worden groter

Het aantal transacties in de eerste helft van 2026 bleef grotendeels gelijk aan de tweede helft van 2025: 59% van de adviseurs rapporteert een vergelijkbaar volume. Wel verschuift de samenstelling van de markt. Het aandeel transacties met een dealwaarde boven de 10 miljoen euro steeg met 4 procentpunt naar 19%, terwijl kleinere transacties (onder de 2,5 miljoen euro) licht terrein verloren. De opdrachtenportefeuille van overname-advieskantoren groeit bovendien voor het tweede half jaar op rij, wat duidt op een verder aantrekkend transactievolume in de tweede helft van 2026.

EBITDA-multiples per sector

De gemiddelde betaalde EBITDA-multiple over alle sectoren komt in H1-2026 uit op 5,0, gelijk aan de tweede helft van 2025, maar daarmee wel op het hoogste niveau in jaren. Achter dat stabiele gemiddelde gaan grote verschillen schuil, zoals in het overzicht hieronder te zien. Ook binnen sectoren gaan grote verschillen schuil, zoals in Softwareontwikkeling waar de multiples uiteenlopen van 6,4 tot 7,8. Dat onderstreept dat een sectormultiple een nuttig ijkpunt is, maar nooit de volledige waardering vervangt: toekomstverwachting, winstgevendheid, marktpositie en risicoprofiel blijven bepalend.

Bedrijfsomvang blijft een doorslaggevende factor

Daarnaast is de bedrijfsomvang ook sterk van invloed op de multiple, een effect dat in de sectorcijfers alleen niet zichtbaar wordt. Kleinere ondernemingen kennen een verhoogd risico op het niet realiseren van verwachte kasstromen, en dat hogere risicoprofiel wordt door kopers vertaald in een lagere waardering: de zogeheten Small Firm Premium. Het effect is aanzienlijk. Voor een bedrijf met een EBITDA van 200.000 euro ligt de gemiddelde multiple op 3,6, voor een EBITDA van 1 miljoen euro op 4,8, en voor een EBITDA van 10 miljoen euro loopt dit op tot 7,0.

Voor de dagelijkse adviespraktijk is dit een belangrijk gegeven om aan ondernemers mee te geven: twee bedrijven in dezelfde sector kunnen, puur door verschil in omvang, een structureel andere multiple realiseren. Dat maakt de exacte bedrijfsspecifieke waardering, in plaats van een vuistregel of platte sectorbenchmark, extra relevant, juist voor ondernemers die nadenken over groei, opvolging of verkoop.

De waarderingskloof: waar deals daadwerkelijk stranden

Een van de meest praktische onderdelen van de Overname Barometer gaat over wat Brookz de waarderingskloof noemt: het verschil tussen de prijsverwachting van de verkoper en de reële marktwaarde. Uit eerder onderzoek van Brookz bleek al dat een onrealistische verkoopprijs verwachting de belangrijkste reden is voor het afbreken van overnametrajecten. Deze editie kwantificeert dit probleem. Volgens overname-adviseurs ligt de waardebeleving van de verkoper in 42% van de transactieprocessen te hoog. In die gevallen bedraagt de afwijking ten opzichte van de realistische marktwaarde gemiddeld 23%, en in 19% van deze gevallen leidt die kloof uiteindelijk tot het afbreken van de deal.

Dat zijn cijfers die de waarde van een vroegtijdige, onderbouwde waardebepaling in de praktijk illustreren. Een ondernemer die al bij aanvang van een verkoop- of financieringstraject een realistisch beeld heeft van wat zijn bedrijf werkelijk waard is, gebaseerd op sector, omvang en de specifieke waardedrijvers van zijn onderneming, start met scherpere verwachtingen. Dat verkleint het risico op een afgebroken proces later in het traject.

Wat dit betekent voor accountants

Deze cijfers zijn meer dan achtergrondinformatie: ze zijn direct bruikbaar in het gesprek met uw klant. Een ondernemer die overweegt te verkopen, te groeien of extern te financieren, is gebaat bij een onderbouwde waardering die rekening houdt met sector, bedrijfsomvang, toekomstverwachting én de onderliggende waardedrijvers, in plaats van met een vuistregel als “5 keer de Ebitda”.

Terug naar boven